BraziliëVandaag

'Ga niet weg, laat me hier niet alleen achter. Straks val ik!' Met verschrikte stem roept mijn collega vanaf de brug dat ik terug moet komen. Hij staat met een klein cameraatje op een wankele brug iets beneden hem te filmen.

Nieuwsgierig loop ik op hem af, buig over de brugreling en staar recht in de ogen van de grootste rat die ik ooit in mijn leven heb gezien. De huid van het dier is voor een deel opengereten en hij wroet fanatiek in een enorme vuilnisbelt.

Een ondraaglijke stank hangt tussen de kleine stenen huisjes waar vrolijke groen-gele WK-vlaggetjes voor de ramen bungelen. "Bem vindo (welkom)," roept een oud vrouwtje ons toe. Ze staat op haar balkon en reikt een glas water aan. "Willen jullie iets drinken?"

Samen met João, een bevriende journalist en favelabewoner, maak ik een tocht door een deel van de sloppenwijk Rocinha dat ik volgens João gezien moet hebben. De plek waar ik woon, mag er dan gezellig uitzien - met vrolijk gekleurde huisjes, smalle romantische gangetjes en bomen en bloemen in de straat - in het hoger gelegen deel van de wijk, tegenover mijn huis, is het andere koek.

Hoe zou het leven daar zijn, vroeg ik me af als ik 's avonds laat, voordat ik in bed stapte, nog een blik uit mijn slaapkamerraam naar de talloze lichtjes tegenover mij wierp. Kon je daar überhaupt komen? Was er een weg? En konden de handige brommertaxi's door de gangetjes en steegjes van de huizen manoeuvreren?

Deze middag zie ik het met eigen ogen. Afval wordt hier niet opgehaald, en dus flikkert iedereen het gewoon naar beneden. Tussen de huizen is een enorme vuilnisbelt ontstaan. Daar komt ook nog eens alle poep en plas terecht die via een open riolering naar beneden sijpelt, langs de huizen en een crèche voor kleine kinderen, om uiteindelijk in een enorme goot vol stront en vuil uit te komen.

Het oude vrouwtje geeft ons het water. Het blijft bijzonder, maar ook tragisch dat je op de ondraaglijkste plekken in Brazilië de vriendelijkste mensen tegenkomt. "Volgens de overheid woon ik op een belangrijke plek," zegt het vrouwtje met een cynisch lachje. "Hier willen ze de toekomst van de favela gaan bouwen: de teleferico."

Ze doelt op de prestigieuze kabelbaan die de hoger gelegen delen van deze enorme sloppenwijk met elkaar moet gaan verbinden. Een miljoenenproject waar aan voorbereidingen al meer dan een paar miljoen real is uitgegeven, en dan is er nog niets gebouwd.

"We hebben niets aan een kabelbaan," zegt de vrouw. "Dat is misschien leuk voor de toeristen, om kermis te spelen. Wij willen normale riolering, gezondheidszorg en een vuilophaaldienst."

Ze houdt van koken, maar zelfs de lekkerste gerechten worden overheerst door de ondraaglijke strontlucht. "Er komen elke week meer ratten bij en ze worden steeds groter. Voor de ratten is het hier een walhalla. Waardevolle grond. Maar niet voor ons."